Jongeren schrijven brief aan jeugdrechters

Acht jongeren van Jeugdzorg Emmaüs schreven na een gesprek met een jeugdrechter een open brief. Die verscheen op 6 november. Ze vragen aandacht voor negen punten. De brief staat hieronder.

 

Wij zijn jongeren die in een instelling zitten (in de bijzondere jeugdzorg). Bij de meeste van ons is dat door ouders. Problemen met communiceren over wat mag en niet mag. Het lukt ouders niet om veilige opvoeding te geven.We zitten met allemaal verschillende culturen en we leren van elkaar de verschillen kennen.De meeste van ons hebben met een jeugdrechter te maken. Dat heeft voordelen en nadelen.

We zijn uitgenodigd geweest door Jeugdzorg Emmaus Antwerpen om in een projectweek onze mening te vormen en het personeel daarmee ook wat bij te leren. In deze projectweek hebben wij jeugdrechter Bie van Bauwel uitgenodigd. We hebben vragen gesteld. Daarna waren we in een soort shock. (waarom?) Want hoe deze jeugdrechter bij haar cliënten deed doen onze jeugdrechters niet bij ons.

Nu willen we aan (jeugdrechters en jeugdrechters in opleiding  laten weten dat het ook anders kan.

 

De negen punten die wij vinden dat de jeugdrechter kan leren. Uit onze eigen ervaring.

1. We willen dat de jongeren voor de zitting begint, eerst efkes met u als jeugdrechter kunnen praten. Dat is belangrijk dat u een gesprek heeft met uw cliënt. Dat u niet alleen ouders en consulenten en de instelling hoort. Want wij weten wat wij hebben meegemaakt. Het is belangrijk dat de jeugdrechter ons kent.

2. We willen dat alleen de eigen jeugdrechter doorslaggevende beslissingen kan nemen.  We hebben te vaak met steeds een andere jeugdrechter te maken. Dat is frustrerend voor ons omdat we steeds opnieuw ons verhaal moeten vertellen en we mensen om ons heen nodig hebben die we vertrouwen. 

3. We willen dat u ons minstens een aantal keer komt bezoeken in de instelling. Dat is belangrijk. U kunt wel denken die zit in een instelling en dat is goed, maar hoe gedragen we ons daar? U kunt informatie krijgen van de opvoeders, maar als u hier bent kunt u dat met eigen ogen zien.

4. We willen dat u met ons zonder toga praat. Wij zitten daar ook in gewone kleren. In toga bent u strenger. Dat heeft geen nut. U kunt ook in een kleine zaal met twee mensen naast u aan een kleine tafel met on spreken.

5. We willen wanneer ouders het probleem zijn, wij daar niet toch de dupe van worden. De meeste van ons zitten in een instelling omdat onze ouders het niet lukte om ons op te voeden en er veel problemen kwamen. Waarom moeten wij dan door u geplaatst worden in een instelling en niet de ouders? Wij kunnen naar onze bomma of nonkel tot papa en mama hebben geleerd om geen ambras meer te maken.

6. We willen niet geplaatst worden tussen psychisch gestoorde criminele jongeren terwijl wij in een instelling moeten zitten omdat onze ouders ons niet kunnen opvoeden. Dat vinden we echt heel erg. Je hebt thuis problemen, dan horen we niet in Mol of in Beernem. Daar zitten  jongeren die grotere problemen hebben.

7. We willen dat u niet te veel dossiers heeft. Zo heeft u meer tijd om echt contact te hebben. Dat is belangrijk.

8. We willen dat u zich verdiept in onze cultuur. Bij ons is het normaal als uw vader u een lap geeft. U kijkt alleen naar de Belgische wetten. Niet slagen/slaan is beter, maar onze ouders zijn zo opgevoed.

9. We willen dat u leert op school een jeugdrechter te zijn met gevoel voor ons. U bent een soort ouder. Een ouder die van verre staat. Jeugdrechter kan je niet alleen maar zijn door de studies te leren.

 

We zouden graag langskomen op een moment dat alle jeugdrechters samen overleggen. Want we willen graag vertellen wat we hebben ervaren. We nemen koekjes mee!

We willen ook graag als ervaringsdeskundigen op de opleidingen langskomen om de nieuwe jeugdrechters aan te leren normaal contact met ons te hebben. Wat uw leerkrachten u misschien niet kunnen leren, kunnen wij u leren.

 

Met respect en vanuit onze ervaring.

Maddy, Luisa Maria, Melissa, Khava, Jari, Yan, Hajar

 

De brief verscheen in De Morgen en werd ook opgepikt door het VTM-journaal, De Redactie en Kerk en Leven. 

 

Bericht geplaatst op 20.11.2015